Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Romeinse Oudheid

Romeinse oudheid

Het Romeinse Rijk (Latijn: Imperium Romanum) was een staat die ontstond rond het begin van de jaartelling en uiteindelijk in 476 weer uiteenviel. Het rijk strekte zich uit (zie kaart) rond de Middellandse Zee en omvatte ook West-Europa behalve Ierland en Scandinavië. Het was de opvolger van de Romeinse Republiek en had als zetel van de macht Rome.

Oorsprong en uitbreiding

Het verschil tussen de Republiek en het Rijk was voornamelijk een politieke. De Romeinse staat is ontstaan uit de stadstaat van Rome in de landstreek van Latium in Italië, volgens de legende gesticht in 753 v. Chr. door Romulus en Remus. Na een aantal (grotendeels legendarische) koningen werd de stad een republiek met een formidabele oorlogsmachine en een goedgeorganiseerd systeem van instellingen en wetten. In een paar eeuwen werd Italië verenigd onder Romeinse leiding. Dit gebeurde door bondgenootschappen aan te gaan met buurvolken maar ook door agressieve expansie oorlogen. Vanuit Italië veroverde Rome het gehele Middellandse-Zeegebied. Eerst was Carthago aan de beurt. Vervolgens werden de hellenistische staten in het oosten en zuid-oosten van de zee onderworpen. Tegelijkertijd kwam ook West-Europa onder Romeins gezag. Het rijk werd daardoor zo groot dat de republikeinse structuren niet meer toereikend waren. Er vond een roerige overgang naar een keizerrijk plaats. Caesar en Augustus stichtten zo een rijk dat onder keizer Trajanus zijn grootste omvang zou bereiken. Het reikte toen van Schotland tot Mauretanië, vandaar tot aan de Soedan, de Iraanse hooglanden. Georgië, de Krim, langs Donau en Rijn tot aan de Nederlandse kust.

Bestuur

In dit gigantische rijk werden vele talen gesproken, maar twee talen waren van algemeen belang: het Latijn in het westen en het Grieks in het hellenistische oosten. De bestuurders en intellectuele elite spraken beide talen als lingua franca. De Romeinen beheersten dit grote gebied door een "verdeel en heers" politiek. Sommige burgers die loyaal meewerkten kregen het fel begeerde Romeins burgerrecht. Merkwaardig in dit verband is de handige manier waarop de Romeinen met cultuur en godsdienst omgingen: de Romeinen namen "nieuwe" goden van ingelijfde volken makkelijk op in hun "Pantheon" en zolang men de keizer (Rome) maar erkende (en de bijbehorende plichten vervulde) kon men verder met de eigen cultuur en godsdienst naast anderen leven. Naast een superieur leger is dit een grondslag voor de "Pax Romana" die toch eeuwenlang een zekere rust bracht en de handel en wetenschap bevorderde. De Romeinen wisten de theoretische basis, gelegd door de Grieken, door hun groot pragmatisme te benutten en staan bekend als de eerste echte goede organisators of, zo u wilt, de eerste grootse opportunisten.

Late periode

Door het enorme gebied dat het Rijk bestreek werd het steeds lastiger om dit als een eenheidsstaat te besturen. Vooral omdat de verschillende provincies uiteenlopende behoeften en problemen hadden die een verschillende aanpak benodigden. Rond het jaar 300 werd daarom het Rijk bestuurlijk verdeeld in een Griekstalig oostelijk deel en Latijnstalig westelijk deel. De bedoeling was dat het rijk naar buiten als een eenheid zou blijven functioneren onder een enkele regering, maar intern en dan vooral op militair-defensief, economisch en belasting gebied, zouden de twee delen zoveel mogelijk zichzelf moeten zien te verzorgen. Na verloop van tijd evolueerde dit systeem natuurlijk tot een de facto verdeling. In 330 werd door keizer Constantijn de Grote ook de hoofdstad verplaatst van Rome naar Byzantium in het economisch en militair belangrijkere Oostelijk-deel. Byzantium werd omgedoopt tot Nova Roma maar was al snel beter bekend als Constantinopel (=De stad van Constantijn). In 395 was het rijk definitief uiteengevallen in een west en oostelijk deel. Constantinopel bleef de onbetwiste hoofdstad van het Oostelijke deel maar in het westen wisselde de hoofdstad enige malen. Dit gaf ook de onzekere toestand in het West-Romeinse rijk aan. Na Rome werd achtereenvolgens Milaan, Trier en Ravenna hoofdstad van het West-Romeinse rijk. De komst van het christendom betekende een grote omwenteling voor het Rijk. Na aanvankelijk zware vervolgingen van de christenen omdat deze geen goddelijke eer aan de keizers en de Romeinse goden wilden bewijzen werd het christendom door Constantijn in 330 erkend en door Theodosius I in 390 zelfs tot staatsgodsdienst verheven. Toen waren de rollen omgekeerd en braken er voor niet-christenen zware tijden aan. Ook de houding van de burgers tegenover het leger veranderde. Men vond het voor christenen niet wenselijk om in het leger of voor de staat te werken. Het Rijk ging daarom hoe langer hoe meer vertrouwen op vreemdelingen (Germanen) in belangrijke posities in het leger. Dit leidde tot grote politieke complicaties die tot de ondergang van het westelijk deel leidde in 476 met de val van de hoofdstad Ravenna. Het oostelijk deel (dat in de Middeleeuwen gewoon onder Romeinse Rijk bekend stond, maar sinds de 19e eeuw Byzantijnse Rijk genoemd wordt) kwam ook dicht bij de ondergang, maar beleefde daarna nog verscheidene perioden van bloei. In de Middeleeuwen was het steeds een van de belangrijkste spelers op het Europese politieke toneel. De laatste resten gingen pas in 1453 (Constantinopel) en 1461 (Griekenland) ten onder.

Blijvende betekenis voor de latere geschiedenis

Tot in onze moderne tijd waren er (met name expansionistische) staten die zich als de legitieme opvolger van het Romeinse Rijk zagen, of zichzelf tenminste zo presenteerden, zoals het Derde Rijk van de Duitse Nazi's of het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. Het begrip keizer is nauw met dit verschijnsel verwant. De aanwezigheid van de Romeinen in dit grote gebied is niet alleen zichtbaar door een groot aantal monumenten en ruïnes, zoals bijvoorbeeld de Porta Nigra in Trier en de muur van Hadrianus in het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele resten in de taal. Zo zijn het Frans, Italiaans, Spaans en nog een flink aantal andere Romaanse talen ontstaan uit de taal die de aldaar gelegerde Romeinse soldaten en kolonisten spraken. In West-Europa kan men nog goed de vroegere grens van het Romeinse rijk volgen omdat dit nog steeds de taalgrens is tussen de Romaanse talen, afgeleid van het Latijn en de Germaanse talen die buiten het rijk de overhand hadden. Ook in het Nederlands bestaan nog vele woorden die hun oorsprong in het Latijn hebben. De rechtspraak in Europese landen gaat vaak terug op het Romeins recht. De verreweg grootste denominatie in het christendom, de Rooms-katholieke Kerk gebruikt na 2000 jaar nog altijd als officiële taal het Latijn. Tot voor kort gebruikte eveneens de intellectuele elite van het Westen Latijn en Grieks als internationale taal en werden wetenschappelijke werken eerst in het Latijn gepubliceerd. In wetenschap en techniek zijn daarom nog steeds zeer veel vaktermen ontleend aan het Latijn en Grieks. In de architectuur voor monumentale gebouwen werd tot voor kort vaak teruggegrepen naar de Romeinse voorbeelden. Vooral in Amerika en Frankrijk is dit goed te zien. Kortom: de Romeinen (en de Grieken) zijn het fundament en de oorsprong van de latere Westerse beschaving. Het Romeinse Rijk heeft een groot aantal andere culturen, zelfs tot voorbij India, direct of indirect beïnvloed. Zo heeft de komst van Romeinse munten geleid tot de invoer van een eigen munt in het Oost-Aziatische Funanrijk.

Overzichtskaart Romeinse Rijk

Funan
Deze kaart laat zien hoe het Romeinse Rijk er omstreeks 395 uitzag, met de belangrijkste steden.
Dit waren vrijwel de ongewijzigde grenzen van 60 tot circa 395. Alleen Dacia (het huidige Roemenië) en Mesopotamië maakten tussen 100 en 200 nog kort deel uit van het rijk, maar Mesopotamië werd snel weer verlaten.

Gerelateerde onderwerpen


- Koningen van Rome
- Romeinse Republiek
- Keizers van Rome
  - West-Romeinse Rijk
  - Oost-Romeinse Rijk
    - Keizers van Byzantium ---------
- Geschiedenis van het Romeinse Rijk
- Romeinen in Nederland
- Romeinen in België Categorie:Historisch land in Europa Categorie:Romeinse oudheid ja:ローマ帝国 ko:로마 제국 simple:Roman Empire

Latijn

Latijn of Latijnse taal, een Italische taal, oorspronkelijk de taal van de streek Latium en in het bijzonder van de stad Rome. De taal verspreidde zich met de uitbreiding van het Romeinse Rijk. Het is nu een dode taal, waarmee wordt bedoeld dat ze door geen enkele bevolkingsgroep nog als moedertaal wordt gesproken.

Invloeden en ontwikkeling

De Latijnse taal heeft sterke invloed ondergaan van het Etruskisch, waarvan ook het alfabet werd overgenomen en van het Grieks. De oudste Latijnse inscriptie dateert misschien uit de 6e eeuw voor Christus: enkele woorden ingegrift op een kledingspeld, de zogeheten Fibula van Praeneste. Een groot aantal geleerden betwist echter de authenticiteit hiervan. Er bestaan documenten in het Latijn vanaf de 5e eeuw voor Christus. Ze worden talrijk vanaf 240 voor Christus. Het Latijn werd tot literaire taal in de loop van de 2e eeuw v. Chr.; de taal werd genormaliseerd, kreeg een conservatieve tendens en in de zinsbouw trad een systematisering op. De afstand tot de omgangstaal, dat volkslatijn of vulgair Latijn wordt genoemd, nam hierdoor sterk toe. Vanuit de dialecten van die omgangstaal ontstonden geleidelijk aan verschillende nieuwe talen: de Romaanse talen.

Uitspraak

Zie Latijnse uitspraak

Grammatica

Zie Latijnse grammatica

Gebruik van het Latijn (vroeger en nu)

Tot de achttiende eeuw bleef het Latijn de taal van (grote delen van) de wetenschap. In de wetenschap werd ook na de val van het Romeinse rijk het Latijn nog gebruikt. In de huidige tijd komt Latijn nog voor:
- in wetenschappelijke termen
- in de medische wetenschap (voor de namen van onderdelen van het lichaam)- het gaat dan meestal wel om verlatijnste Griekse termen
- in de Rooms-katholieke Kerk, die het Latijn nog steeds gebruikt als officiële taal voor veel documenten, en als liturgische taal bij veel rituelen, de bediening van de Sacramenten en de viering van de Mis.
- in [http://la.wikipedia.org Wikipedia in het Latijn]
- in [http://la.wiktionary.org WikiWoordenboek in het Latijn (Victionarium)]
- als taal in Vaticaanstad Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het Latijn nog op school onderwezen: in Nederland op het Gymnasium, in Vlaanderen in een aantal studierichtingen van het Algemeen secundair onderwijs. Veel Nederlandse woorden hebben een Latijnse afkomst, al is het Nederlands een Germaanse taal. Voorbeelden zijn de namen van de maanden. Zie ook: Lijst van Latijnse begrippen in het Nederlands. accusativus (acc.) is lijden voorwerp (object) nominativus (nom.) is onderwerp (subject) groep 1= Mannelijk bijv. nw. 1 nom.M ev. uitgang -us bijv. Novus (nieuw) 2 acc.M ev. uitgang -um bijv. Novum (nieuw) 3 nom.M mv. uitgang -i bijv. Novi (nieuw) 4 acc.M mv. uitgang -os bijv. Novos (nieuw) groep 2= Vrouwelijk bijv. nw. 1 nom.V ev. uitgang -a bijv. Nova (nieuw) 2 acc.V ev. uitgang -am bijv. Novam (nieuw) 3 nom.V mv. uitgnang -ae bijv. Novae (nieuw) 4 acc.V mv. uitgang -as bijv. Novas (nieuw) groep3=onzijdig 1 nom.O ev. uitgang -um bijv. Novum (nieuw) 2 acc.O ev. uigang -um bijv. Novum (nieuw 3 nom.O mv. uitgang -a bijv. Nova (nieuw) 4 acc.O mv. uitgang -a bijv. Nova (nieuw)

Gerelateerde onderwerpen


- Latijnse literatuur
- Lijst van Latijnse begrippen
- Lijst van Latijnse spreekwoorden

Externe links


- [http://www.perseus.tufts.edu/ De Perseus-site] omvat onder meer een uitgebreide databank met Latijnse teksten en Engelse vertaling en een zeer uitgebreid woordenboek Latijn/Engels - Engels/Latijn.
- [http://www.koxkollum.nl/cursus/frameset.htm Kox cursus Latijn] Gratis cursus Latijn.
- [http://www.latijnnederlands.nl/ On-line woordenboek Latijn-Nederlands] Categorie:Dode taal Categorie:Italische taal Categorie:Latijn als:Latein ja:ラテン語 ko:라틴어 simple:Latin language th:ภาษาละติน zh-min-nan:Latin-gí

Middellandse Zee

| |- | |- | |

West-Europa

West-Europa onderscheidt zich van Centraal- en Oost-Europa door de geografie en door de verschillen in geschiedenis en cultuur. Voor de Koude Oorlog werd "West-Europa" gebruikt als begrip om Frankrijk, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België en Luxemburg aan te duiden. Tijdens de Koude Oorlog werd de term gebruikt voor de landen onder Amerikaanse invloedsferen, die deelnamen aan de NAVO, als tegenhanger van Oost-Europa, onder Sovjet invloed. De grenzen tussen Oost- en West-Europese landen werden ook wel het IJzeren Gordijn genoemd. Nog niet zo lang geleden kon West-Europa zonder probleem worden gebruikt voor de landen van de Europese Unie plus IJsland, Zwitserland, Liechtenstein, Andorra, Noorwegen, San Marino en Monaco. Maar vanaf mei 2004 maken Centraal- en Oost-Europese landen deel uit van de Unie, hetgeen hoogstwaarschijnlijk zal leiden tot een nieuwe verandering van de definitie van West-Europa. Categorie:Europa ja:西ヨーロッパ ko:서유럽

Scandinavië

Scandinavië is een gebied in het noorden van Europa. De term Scandinavië heeft een aantal verschillende betekenissen:
  1. Het Scandinavisch schiereiland: Noorwegen en Zweden
  2. Noorwegen, Zweden en Denemarken
  3. De lidstaten van de Noordse Raad: Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland en IJsland.
De derde betekenis is in het Nederlands het gebruikelijkst; in Scandinavië zelf is dat de tweede (de derde wordt aangeduid als 'Norden'). Het woord wordt voor het eerste gebruikt door Plinius de Oudere (23-79) in de vorm 'Scadinauia' en is waarschijnlijk gevormd uit de oudgermaanse woorden 'skadin' (schade) en 'auio' (eiland). Deze oorspronkelijke betekenis heeft overleefd in lokale namen zoals Skåne (Schonen). Categorie:Europa als:Skandinavien ja:スカンディナヴィア ko:스칸디나비아 simple:Scandinavia zh-min-nan:Skandinavia

Rome (stad)

Rome (Italiaans: Roma) is de hoofdstad van Italië en het bevat het Vaticaan, een onafhankelijke ministaat die het hoofdkwartier van de Rooms-katholieke Kerk huisvest. Het is tevens hoofdstad van de regio Latium en de provincie Rome. Door Rome stroomt de rivier de Tiber. Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels: Palatijn, Aventijn, Capitool, Quirinaal, Viminaal, Esquilijn, Coelius.

Geschiedenis en legendes

|Coelius |- |Coelius |- |Coelius |{{

Stadstaat

Een stadstaat is, zoals het woord al zegt, een staat bestaande uit een enkele stad met een eigen onafhankelijke rechtspraak, belastinginning, verdediging en buitenlandse diplomatie. Gewoonlijk liggen er nog wat buitengebieden omheen met wat dorpjes of gehuchten. Vaak woonde de meerderheid van de bevolking in deze dorpen, maar het bestuur was altijd in de stad geconcentreerd. In het begin van de geschiedenis waren dit de eerste politieke eenheden. Gewoonlijk begon het met een dorpje of nederzetting dat op een gunstige plaats lag wat betreft handel en transport. Dit was bijna altijd aan een kruispunt van handelswegen en rivieren. Door deze goede geografische positie groeide de nederzetting en werd ook rijker. Door deze groei kwam er ook behoefte aan een betere organisatie om de dagelijkse gang van zaken in goede banen te leiden en om de verdediging te organiseren. Dit laatste werd nodig omdat de groeiende welvaart ook dieven en rovers aantrok. In het begin nam meestal de religieuze elite deze taak op zich, in samenwerking met de rijkste families die natuurlijk ook het meeste belang bij een goede organisatie hadden. Dit groeide uit tot de klasse van de aristocratie die meestal de touwtjes in handen hield. Allengs groeide de invloed van de goed georganiseerde stad totdat ze soms ver in de omtrek haar macht en wetten kon laten gelden. En soms ging het zelfs zo goed dat ze andere steden ook ging beheersen en integreren in haar invloedssfeer. Dit was het begin van de eerste 'echte' staten. Voor voorbeelden zie de geschiedenis van Soemerië, Rome, Griekenland en Egypte De ongeveer 5 miljoen Grieken van ca. 400 voor Chr. (waarvan de helft buiten het huidige Griekenland woonde) waren verdeeld over ongeveer 300 stadsstaten. De meesten daarvan hadden een oppervlakte van enkele honderden km² en ongeveer 10.000 inwoners. Sommige stadstaten zoals Athene en Sparta waren veel groter, maar in dat geval woonde een groot deel van de burgers of onderdanen in dorpen die op meer dan een dagreis van de centrale stad lagen, waardoor deze staten eigenlijk geen typische stadsstaten meer waren. Tegenwoordig zijn er nog steeds enkele stadstaatjes zoals Monaco, Singapore en Vaticaanstad.

Zie ook


- Dwergstaat categorie:Staat categorie:Stad ja:都市国家 ko:도시 국가

Rome (stad)

Rome (Italiaans: Roma) is de hoofdstad van Italië en het bevat het Vaticaan, een onafhankelijke ministaat die het hoofdkwartier van de Rooms-katholieke Kerk huisvest. Het is tevens hoofdstad van de regio Latium en de provincie Rome. Door Rome stroomt de rivier de Tiber. Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels: Palatijn, Aventijn, Capitool, Quirinaal, Viminaal, Esquilijn, Coelius.

Geschiedenis en legendes

|Coelius |- |Coelius |- |Coelius |{{

Latium

Latium (Italiaans: Lazio) is een regio in het midden van Italië. Het wordt begrensd door Toscane, Umbrië, Abruzzen, Molise, Campanië en de Tyrreense Zee. De hoofdstad is Rome. Latium is onderverdeeld in vijf provincies. De naam Latium komt van het oude volk de Latijnen. Het is de bakermat van de Latijnse taal, en daarmee van alle Romaanse talen. Met Rome als hoofdstad is Latium een zeer belangrijk gebied wat betreft geschiedenis, kunst, architectuur, archeologie, religie en cultuur in het algemeen. Buiten Rome zijn verspreid over de regio echter ook honderden abdijen, kerken, monumenten en andere bezienswaardigheden te zien. De provincies van Latium zijn: Categorie:Regio in Italië ja:ラツィオ州

Italië

| |- | |- | |{{{{

Romulus en Remus

Romulus en Remus hebben volgens de Romeinse mythologie Rome gesticht op 21 april 753 v. Chr. Het verhaal over de stichting van Rome werd voor het eerst opgetekend in de 3e eeuw voor Christus. Romulus en Remus zouden de nakomelingen zijn van de Trojaan Aeneas. Aeneas ontsnapte met zijn vader Anchises en zijn zoon Ascanius uit het brandende Troje en belandde na veel omzwervingen aan de rivier de Tiber in Italië. Een van zijn nakomelingen de priesteres en Vestaalse maagd Rhea Silvia was zwanger van de oorlogsgod Mars. Nadat zij Romulus en Remus in een rieten mandje in de Tiber had gelegd, werden ze gevonden en gezoogd door een wolvin. Romulus vermoordde zijn tweelingbroer Remus na een ruzie over de vraag op welke heuvel ze een stad zouden bouwen en werd de eerste koning van Rome. Hij zou zijn naam aan de stad Rome die werd gebouwd op de Mons Palatinus hebben gegeven (hoewel het waarschijnlijker is dat het omgekeerd was). Alhoewel het verhaal zelf als een mythe wordt beschouwd, lijkt het erop dat het jaar 753 v. Chr. een vrij goede schatting is voor het ontstaan van de polis Rome (er was al veel eerder bewoning, maar pas rond 750 v. Chr. begonnen deze zich echt te organiseren als gemeenschap). Categorie:Romeins koning Categorie:Romeinse godsdienst ko:로물루스와 레무스

Middellandse Zee

| |- | |- | |

Carthago

Carthago (قرطاج Qarţāj), in het punisch "Qart Hadasht" (15px15px15px 15px15px15px15px) nieuwe stad, was een stad in de oudheid, nabij het huidige Tunis in wat door de Romeinen Africa genoemd werd.

Inleiding

De stad werd gesticht door de Feniciërs in 814 v. Chr.. Volgens de legende door de gevluchte prinses Dido uit Tyrus. De legende vertelt verder dat die prinses dankzij haar glimlach door een Amazighische (Berberse) koning is verwelkomd. Volgens de historicus Postinus was hij de Amazighische koning Iarbas. Volgens de Romeinse mythologie bracht de Trojaanse held Aeneas eveneens een bezoek aan Dido. Zij werd verliefd op hem en toen Aeneas verder trok naar Italië pleegde ze uit verdriet zelfmoord. Nadat het Fenicische thuisland onder invloed van Perzië kwam en Tyrus' handel beperkt werd tot het oostelijke gebied van de Middellandse Zee, ontwikkelde Carthago zich snel tot de belangrijkste zeemacht in het westelijke bekken van de Middellandse Zee. Carthago eistte tenslotte zelfs het alleenrecht op over de zeehandel en de Carthaagse schepen gingen over tot het tot zinken brengen van rivalen die ze op 'hun zee' aantroffen. Carthago werd daarmee de meest geduchte tegenstander en rivaal van de eveneens handeldrijvende en koloniserende Westelijke Grieken (hoofdzakelijk de Grieken uit Syracuse op Sicilië en uit Massilia in zuid-Frankrijk) en nog later van de zich uitbreidende stadstaat Rome. Uiteindelijk leidde deze laatste rivaliteit tot de drie Punische Oorlogen, waarin de stad tenslotte door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt werd. Er wordt verteld dat de Feniciërs al eerder in contact met de Imazighen kwamen en dat, toen de Feniciërs naar Tamazgha vluchten, de Imazighen hun handel nodig hadden. Daarom hebben de Imazighen de Feniciërs niet tegengewerkt. Bij hun vestiging beperkten zij zich tot een gelimiteerd gebied om oorlog met de Imazighen te vermijden en alhoewel er een sterke samenwerking was, was deze samenwerking in de handel relatief beperkt volgens Mohamed Chafik. De Feniciërs hebben later hun strategie veranderd en zijn begonnen andere streken te bezetten. Om deze reden kwam hun leger, dat voor de meerderheid uit Imazighen huurlingen bestond, in opstand tegen deze strategie. Maar later konden de Feniciërs die opstand neerslaan. De Imazighen speelden een belangrijke rol in de tweede Punisische Oorlog. Hierover vermeldde Titus Livius dat de zwaarden van Numidiërs de beslissende rol speelden in de slag bij Cannae. De bijdrage van de Numidërs (de Imazighen) in het verslaan van Carthago was ook onmisbaar, ingevolge de strategie van Massinissa :'Afrika voor de Afrikanen'.en zo konden de Romeinen in samenwerking met de Imazighen Carthago met de grond gelijk maken. Romeinen De Romeinse senator Cato (234 - 149 v. Chr.) vond het gevaar van Carthago zo groot, dat hij elke redevoering voor de Romeinse senaat, ook al ging die over een heel ander onderwerp, eindigde met de zin: "En overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden" - Ceterum censeo Carthaginem delendam esse - . Deze zin is nog steeds beroemd, omdat hij bij de opleiding Latijn wordt gebruikt als voorbeeld voor de werkwoordsvorm gerundivum).

De Punische oorlogen

#De eerste Punische Oorlog was vooral een oorlog tussen de zeevloten van Rome en Carthago en vond plaats tussen 264 en 241 v. Chr.. De Romeinen veroverden hierbij de macht over de westelijke Middellandse Zee wegen. De Carthaagse suprematie over de zeehandel kwam hiermee ten einde. Noodgedwongen legden de Carthagers zich toen toe op de vergroting van hun landimperium en vooral in Spanje. Na verloop van tijd kwamen de Carthagers toen weer in conflict met Rome over hun wederzijdse invloedssferen daar. #Tijdens de tweede Punische Oorlog, van 218 tot 202 v. Chr., besloot Hannibal Italië rechtstreeks aan te vallen en stak vanuit Spanje de Alpen over met een groot leger grotendeels bestaande uit Iberische kelten en Noord-Afrikaanse Lybiërs vooral de Numidiërs en de Moren, ook wel bekend als berbers of Imazighen. Volgens de Romeinse schrijver Livius deed hij dat in oktober/november 218 v. Chr. en had hij 37 olifanten bij zich. Aanvankelijk boekte hij grote successen tegen de Romeinen maar toen deze zagen dat ze Hannibal niet rechtstreeks konden verslaan sneden de Romeinen zijn toevoerwegen uit Spanje af. Na een guerrillaoorlog van bijna 20 jaar in Italië moest Hannibal tenslotte de handdoek in de ring gooien toen de Romeinen, na Spanje veroverd te hebben, overstaken naar Africa en Carthago omsingelden. Bij de vredesonderhandelingen moesten de Carthagers nu hun invloedssfeer beperken tot de stad Carthago zelf en werden ze als het ware onder curatele van Rome gesteld. #De derde Punische Oorlog, naar aanleiding van het steunen door Carthago van een Africaanse tegenstander van Rome,tussen 149 en 146 v. Chr. resulteerde uiteindelijk in de volledige vernietiging van de stad Carthago, onder andere ook de grote stadsbibliotheek, waarbij tienduizenden inwoners en verdedigers werden afgeslacht en de overlevenden als slaaf verkocht. Als laatste vernedering werden de ruïnes omgeploegd en zout over de voren gestrooid, hoewel dit laatste door anderen als een broodje aap verhaal beschouwd wordt.

Onder Rome

Aanvankelijk mocht er niemand meer op de ruïnes van Carthago huizen bouwen maar omdat de plek zo gunstig lag werd dit verbod door keizer Augustus weer opgeheven. De Romeinen bouwden een nieuwe stad die ook weer de naam Carthago kreeg en al snel was ze weer van flinke betekenis, mede doordat zich weer veel 'Puniers' vestigden op de plek van hun voorouders. In de christelijke periode was Carthago belangrijk door verschillende concilies die er gehouden werden en door de belangrijke bisschop Augustinus van Hippo die in Carthago studeerde. In de 5e eeuw werd Noord-Afrika bezet door de Vandalen en bijna 80 jaar was Carthago hun hoofdstad vanwaaruit ze de Middellandse zee afschuimden als piraten totdat in de 6de eeuw de Byzantijnse generaal Belisarius hen vernietigde. De Punische taal bleef ondertussen, naast het officiële Latijn, van betekenis als de volkstaal tot de verovering van Carthago door de Arabieren in de 7e eeuw.

Middeleeuwen

Hierna nam de betekenis van Carthago snel af omdat de Arabieren niet veel behoefte hadden aan havensteden. Hun handel ging als vanouds over land via karavaan routes. Het kleine landinwaarts gelegen plaatsje Kairouan werd een belangrijke pleisterplaats voor de arabische karavaans die door Noord-Afrika trokken en veel Carthaagse handelaars vestigden zich hier. Lange tijd was Kairouan zelfs de hoofdstad van het machtige islamitische Rijk van de Aghlabiden. Later werd vlakbij Carthago de stad Tunis gesticht, wat gedurende de middeleeuwen het bruisende middelpunt was van het Rijk van de Hafsiden; het inmiddels bijna verlaten Carthago werd als steengroeve gebruikt voor de uitbreiding van Tunis waardoor na een paar eeuwen er niet veel meer over bleef van de ruïnes.

Regeringsvorm

De meeste tijd van zijn bestaan werd Carthago door een oligarchie geregeerd bestaande uit de rijkste en belangrijkste families. Deze kozen, als er een crisisperiode was, meestal uit hun gelederen, iemand die meer bevoegdheden kreeg om de crisis te lijf te gaan. Het leek wel wat op het systeem dat Rome er op na hield hoewel de democratische beginselen die er in theorie waren er in de praktijk nooit veel te betekenen hadden.

Godsdienst

Carthago had zijn godsdienst, de baälsdienst, bekend uit de bijbel, met de hoofdgod Melkart meegenomen uit zijn moederstad Tyrus. Deze was berucht om de kinderoffers die, vaak in crisistijden, werden voltrokken. Ook in Carthago waren deze praktijken gangbaar zoals de Romeinse schrijver Plutarchus en anderen berichtten. Later werd de (oorspronkelijk Noord-Africaanse) godin Tanit de voornaamste afgod. Recente opgravingen in Tunesië waarbij veel urnen met verbrande kinderbeenderen werden gevonden uit 400-200 v. Chr. schijnen de Romeinse visie te bevestigen. Anderen menen dat de gruwelverhalen over Carthaagse kinderoffers gewoon Romeinse propaganda was en dat deze menselijke resten van normale crematies zijn.

Carthago in de kunst

Het verhaal van Dido en Aeneas, dat zich in Carthago afspeelde, is het onderwerp van verschillende opera's geweest:
- Henri Purcell - Dido and Aeneas (Chelsea, 1689)
- Niccolò Piccini - Didon (Parijs, 1783)
- Hector Berlioz - Les Troyens (Parijs, 1863)

Zie ook

De beroemde uitspraak van de Romeinse senator Cato: Ceterum censeo Carthaginem esse delendam categorie:Carthaagse stad Categorie:Historische stad Categorie:Stad in Tunesië Categorie:Werelderfgoed ja:カルタゴ ko:카르타고

Gaius Iulius Caesar

Gaius Julius Caesar (Latijn: C·IVLIVS·C·F·C·N·CAESAR, of Gaius Iulius Gaii filius Gaii nepos Caesar; na 42 v. Chr IMP·C·IVLIVS·CAESAR·DIVVS, of Imperator Gaius Iulius Caesar divus) (Rome, 13 juli ± 100 v. Chr. - Rome, 15 maart 44 v. Chr.) was een Romeins politicus. Hij wordt meestal kortweg Julius Caesar of Caesar genoemd en was één van de machtigste mannen van zijn tijd - gedurende enkele jaren heeft hij alleen de politieke macht te Rome in handen gehad.

Loopbaan

Caesar is de zoon van een vooraanstaande Romeinse familie. Hij krijgt een zeer goede opvoeding waardoor hij vertrouwd raakt met literatuur en wetenschappen. Caesar blinkt vooral uit door zijn aangeboren redenaarstalent dat hij bijschaaft in een in die tijd vooraanstaande school voor welsprekendheid (rhetorica) op het Griekse eiland Rodos. Ook is hij zeer bedreven in diverse sporttakken. Reeds op jonge leeftijd (± 16 jaar) zet hij zijn eerste stappen in de Romeinse politiek. Hij sluit zich aan bij de volkspartij, die geleid wordt door zijn oom Marius. Onenigheid met Sulla, de leider van de senaatspartij, dwingt hem in 82 v. Chr. te vluchten richting Klein-Azië, waar hij in het leger gaat en zijn eerste krijgservaringen opdoet. In 84 v. Chr. trouwt Caesar met Cornelia, die stierf in 67 v. chr. In 75 v. Chr., op 25-jarige leeftijd, valt hij tijdens een reis in handen van Siciliaanse zeerovers. De Griekse historicus Plutarchus schrijft hierover: de piraten eisen voor de vrijlating van Caesar een losprijs van 20 talenten. Deze lacht hen uit, zegt dat ze niet weten wie ze voor zich hebben, en raadt hen aan de prijs naar 50 talenten te verhogen. Aldus geschiedt. Caesar stelt zich ook verder arrogant op en dreigt iedereen te zullen straffen na zijn vrijlating, maar dit wordt als een grap weggewuifd. Het geld wordt betaald en Caesar komt vrij. Meteen organiseert hij een strafexpeditie, neemt alle piraten gevangen en ziet er persoonlijk op toe dat de meeste van hen gekruisigd worden. Na de dood van Sulla keert Caesar naar Rome terug en begint een praktijk als advocaat. Ondertussen is hij nog steeds actief in de plaatselijke politiek. Zijn talent in de krijgskunst manifesteert zich wanneer hij in 63 v. Chr. stadhouder wordt van de Romeinse provincie Spanje. Hij is zeer populair bij de Romeinse soldaten doordat zij royaal delen in de buitgemaakte rijkdommen en gronden toegewezen krijgen in de veroverde gebieden. Hierna wil hij zich nog meer bewijzen in de lokale Romeinse politiek. In 59 v. Chr. zijn er consulverkiezingen in Rome. Om sterk te staan stapt hij reeds in 60 v. Chr. in een zogenaamd triumviraat (driemanschap) met de beroemde generaal Pompeius en de steenrijke Crassus. Op die manier verzekert hij zich van een stevige militaire en financiële basis. Hij wordt als consul van Rome verkozen voor de volkspartij. consul In 58 v. Chr. wordt Caesar stadhouder van Gallia. Zijn opdracht is om heel Gallia te onderwerpen. In 57 v. Chr. slaagt hij hierin. Overigens blijft het nooit echt rustig in deze Romeinse provincie: nog tot 52 v. Chr. komen de Gallische stammen steeds opnieuw in opstand, maar dan weet Caesar in een beslissende slag bij Alesia de Gallische leider Vercingetorix te verslaan en Gallië voorgoed in te lijven. Caesar maakt - zoals alle legergeneraals moesten doen - op een zeer ambtelijke en zakelijke wijze verslag op van zijn oorlogscampagne onder de titel de bello gallico (notities over de Gallische oorlogen). In 55 v. Chr. doet Caesar een poging tot een invasie van Engeland met twee legioenen en een honderdtal schepen. Hij gaat aan land, maar ontmoet hevige tegenstand. Diverse stormen teisteren de vloot, zodat de Romeinse cavalerie zich niet bij hem kan voegen. Na veel tegenslagen wordt de onderneming afgeblazen. Een tweede poging in het volgende jaar is meer succesvol. Caesar maakt verkenningstochten, komt tot waar nu Londen ligt, maar vertrekt weer, met familieleden van stamhoofden als gijzelaars in zijn gevolg. Pas onder keizer Claudius zullen de Romeinen terugkeren, nu om er enkele eeuwen te blijven. Ondertussen is het politieke leven in Rome zeer woelig. De successen die Caesar in Gallia behaalt, worden met lede ogen door Pompeius en Crassus bekeken. Het triumviraat dat Caesar had aangegaan valt uiteen door de dood van Crassus (gesneuveld in Syrië) en de overstap van Pompeius naar de senaatspartij. De politieke tegenstanders van Caesar trachten zijn macht te breken door gebruik te maken van zijn afwezigheid. Wanneer hij op 7 januari in het jaar 49 v. Chr. van de Romeinse senaat de opdracht krijgt zijn trouwe leger af te danken, besluit Caesar de wapens op te nemen tegen zijn politieke concurrenten. Hij keert vanuit Gallia met een elitelegioen (het tiende legioen) terug. Bij het oversteken van de noordelijke grensrivier met Italië, de Rubicon, spreekt Caesar de beroemde woorden alea iacta est uit ("de teerling (dobbelsteen) is geworpen"), daarmee aangevend dat er nu geen weg terug meer is. Hij trekt rechtstreeks naar Rome, verjaagt er zijn tegenstanders en neemt de volledige politieke en militaire macht over. Dit is het begin van de Romeinse burgeroorlog (49-45 v. Chr.). Eveneens in 49 helpt hij Cleopatra, koningin van Egypte de macht te behouden. Na enige tijd laat Caesar zich tot dictator voor het leven benoemen en maakt van het Romeinse rijk de facto weer een monarchie. Dit zette kwaad bloed: Rome had in haar ontstaansperiode zeven koningen gehad, ieder van deze koningen was van 'buitenlandse' afkomst, het waren voor de Romeinse bevolking 'vreemde heersers'. Hun despotisme (aanleiding om de republiek uit te roepen) was nog steeds een schrikbeeld. Ter toelichting: in de Romeinse republiek was een dictator iets anders dan wat we daar tegenwoordig onder verstaan. In tijden van nood kon een veldheer door de senaat voor maximaal een half jaar met buitengewone volmachten aangesteld worden om het tij te keren. De dictator stond dan zelfs boven de beide consuls. Het betrof hier dus een officieel tijdelijk ambt. Dictator voor het leven was een staatkundig novum (en een opmaat naar de moderne betekenis van het woord). Caesar ontpopt zich tegenover zijn onderdanen als een zeer gematigd en rechtvaardig staatsleider. Militair gezien blijft hij niet op zijn lauweren rusten: hij organiseert vanaf 48 v. Chr. tot ongeveer 45 v. Chr. nieuwe veldtochten in – achtereenvolgens - Spanje, Griekenland, Egypte, Azië en Afrika, voornamelijk met het oog op het definitief uitschakelen van zijn uit Rome gevluchte politieke tegenstanders.

Dood

Toch blijft Caesar ook in Rome politieke tegenwind hebben. De leden van de senaatspartij zijn het niet eens met de reorganisatie van het staatsbestel (dictatuur), omdat de laatste keer dat zij een koning hadden (Tarquinius Superbus) hij alle rechten van de Romeinen ontnam. Dus willen zij het Republikeinse staatbestel behouden, hoewel dat oude systeem slecht berekend was op de gigantische omvang die het Rijk gekregen had. Op 15 maart, de Idus van maart, volgens de overlevering had een waarzegster hem al onheil voorspeld voor deze dag, gebeurde de aanslag op zijn leven uiteindelijk. Toen Caesar op 15 maart van het jaar 44 vóór Christus het senaatsgebouw binnenkwam stonden alle senatoren op ten teken van respect. Een paar man ging achter de stoel van Caesar staan terwijl de anderen naar hem toeliepen. Cimber trok met beide handen de mantel van Caesars nek af, toen trok Casca zijn dolk en probeerde met zijn mes in de nek van Caesar te steken, maar Caesar kon zich nog net omdraaien en het mes grijpen zodat hij alleen een ondiepe snee opliep. Geen van de senatoren en toeschouwers die dit zagen durfden iets te doen en allen deinsden geschrokken achteruit. Ze durfden niet weg te rennen en ook niet te proberen om Caesar te helpen. Toen trokken alle samenzweerders hun wapens, en ze duwden Caesar van links naar rechts terwijl ze hem staken en sneden met hun messen en zwaarden. Toen stak Brutus Caesar in zijn kruis, Caesar zag het gezicht van Brutus, zijn vriend die hij altijd door en door had vertrouwd. Toen riep hij in het Latijn Et tu Brute, tu quoque fili mi? (Ook gij, Brutus, mijn zoon?). Sommige bronnen beweren dat Caesar deze beroemde woorden in het Grieks sprak : και συ τεκνον ? (kai su, teknon?). Hierna trok hij zijn mantel over zijn hoofd en stortte op de grond. De moordenaars raapten hem op en duwden hem tegen het standbeeld van zijn oude vijand Pompeius. Ze probeerden hem zo vaak mogelijk te raken en liepen hierbij zelf ook wonden op. Uiteindelijk liep Caesar 23 dolksteken op. Zo stierf Julius Caesar.

Hoe toen verder?

Grieks] De moordenaars hadden echter één fout gemaakt: ze hadden Marcus Antonius niet vermoord. Dit was omdat dit volgens Brutus fout zou zijn geweest, het was tenslotte alleen hun bedoeling om te voorkomen dat Caesar koning werd. Marcus Antonius zette een wraakactie op touw om de moordenaars te straffen, maar die waren allemaal gevlucht voor de woede van het Romeinse volk dat helemaal niet blij was met de moord op Caesar. Toen Marcus Antonius 2 jaar later, in 42 vóór Christus bij de stad Philippi in Griekenland Brutus versloeg, pleegde hij zelfmoord. Caesar liet bijna al zijn rijkdommen na aan zijn achterneef Octavianus. Na nog een aantal jaren van burgeroorlogen wist Octavianus zijn meeste tegenstanders uit te schakelen, en verleende de senaat hem de eretitel Augustus (de verhevene) toe. Dit gebeurde in 27 v. Chr.. Bovendien kende de senaat aan Augustus een aantal bevoegdheden toe zodat hij kon regeren als keizer en de rust in het rijk herstellen. Op deze manier werd de jonge Octavianus de alleenheerser die Caesar had willen zijn. Het Romeinse volk kreeg hierdoor dus alsnog één grote almachtige leider en na Octavianus volgden nog vele andere keizers.

Nalatenschap

Caesar hervormde de kalender, die nu naar hem de Juliaanse kalender genoemd wordt. De nieuwe kalender, ingevoerd vanaf 1 januari 45 v. Chr., een bedenksel van de sterrenkundige Sosigenes, was niet meer gebaseerd op de maancyclus, maar volgde het zonnejaar, wat veel eenvoudiger was. Hij voerde als eerste de schrikkeldag in.

Trivia


- De titels keizer en tsaar zijn aan Caesars naam ontleend. Dit komt doordat de Romeinen de C uitspraken zoals wij de K uitspreken en AE spraken zij uit als AI. De Romeinen zeiden dus eigenlijk Kaisar, waarvan dan weer makkelijk keizer te maken is. Caesar zelf is nochtans nooit keizer geweest, in tegenstelling tot zijn adoptief zoon Octavianus.
- Van de keizersnede (sectio caesarea) beweert men dat zij die naam draagt omdat Caesar ermee zou zijn geboren, wat zeer onwaarschijnlijk wordt geacht, omdat zijn moeder zijn geboorte overleefde.
- Het Nederlandse woord bruut is afkomstig van de naam Brutus, zijn geadopteerde zoon en een van de moordenaars van Caesar. Vandaar: Et tu Brute? (Jij ook, Brutus?) (al neemt men aan dat Caesar eerder Tu quoque fili? (Jij ook, zoon?) zou gezegd hebben, ook zeggen sommigen dat hij het in het Grieks zei: "Και συ, τεκνoν?" (Jij ook, mijn zoon?)
- Andere beroemde uitspraken van Caesar zijn:
  - Veni vidi vici (ik kwam, zag en overwon)
    - Berichtje aan de Senaat om zijn snelle overwinning (drie dagen nadat hij de grens is overgestoken) in de slag van Zela op koning Pharnaces van Pontus, zoon van Mithridates VI, samen te vatten (47 v. Chr.).
  - Alea iacta est (de teerling is geworpen) - deze uitspraak zou gemaakt zijn bij het oversteken van de Rubicon, maar is waarschijnlijk niet in het Latijn uitgesproken - Caesar citeerde de Griekse toneeldichter Menander.
  - Aut Caesar aut nullus (ofwel Caesar, ofwel niemand) (de lijfspreuk van Cesare Borgia)
- Caesar komt als terugkerende "gastacteur" (in ietwat minder succesvolle vorm dan in het echte leven) voor in de beroemde stripboeken en tekenfilmserie Asterix.
- In 1999 schreef de Duitse onderzoeker Francesco Carotta een these, en beweerde dat Jezus wellicht Gaius Julius Caesar was.

Externe links


- [http://www.let.kun.nl/V.Hunink/documents/caesar_streven.htm , Caesar en de Gallische goden, in Streven 64 (1997), pp. 313-323.]
- [http://www.let.ru.nl/V.Hunink/documents/caesar_hirtius.htm , In de schaduw van Caesar. Hirtius' aanvulling op Oorlog in Gallië, in Hermeneus 69 (1997), pp. 184-192.]
- [http://www.let.ru.nl/V.Hunink/documents/rec_caes_lieberg.htm , Besprechung von: Godo Lieberg, Caesars Politik in Gallien, Bochum 1998, in Mnemosyne 53 (2000), pp. 625-627.] (Duits)
- [http://www.let.ru.nl/V.Hunink/documents/rec_caes_nouwen.htm , recensie van: Robert Nouwen, Caesar in Gallië, Leuven 2003, in Streven 71 (2004), pp. 667-668.]
- [http://www.livius.org/caa-can/caesar/caesar00.html , art. C. Julius Caesar, Livius.org, 2005.] (Zéér uitgebreide biografie met veel vertalingen; Engels.) Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Julius Caesar, Gaius Categorie:Romeinse oudheid ja:ガイウス・ユリウス・カエサル ko:율리우스 카이사르 simple:Julius Caesar

Trajanus

Marcus Ulpius Traianus (18 september 53 - 8 augustus 117), was keizer van Rome (98 - 117). Onder hem bereikte het rijk zijn grootste omvang. Hij was de tweede van de adoptiefkeizers en mogelijk de beste keizer die Rome ooit gehad heeft. Traianus was de zoon van M. Ulpius Traianus (ook bekend als Traianus Pater), een vooraanstaand senator en generaal uit een beroemd Etruskisch geslacht, de Ulpii. De familie had zich enige tijd na de Tweede Punische Oorlog gevestigd in de provincie Baetica in Spanje en Traianus was slechts één van de vele bekende Ulpii, een geslacht dat nog lang na zijn dood zou voortduren. Hij werd in de stad Italica geboren en hij had voor hij op zijn 45e jaar keizer werd al een lange militaire loopbaan achter de rug, waarin hij vooral in de moeilijkste gebieden, zoals de grens van de Rijn en de Donau, zijn sporen verdiend had. Hij nam deel aan de veldtochten van Domitianus tegen de Germanen. Toen de keizer in 96 vermoord werd, was Traianus een van diens belangrijkste legeraanvoerders. Dat maakte hem voor diens opvolger Nerva een aantrekkelijke beschermeling. Nerva was niet al te geliefd bij het leger, maar toen hij in de zomer van 97 Traianus adopteerde en daarmee tot kroonprins maakte, verbeterden de betrekkingen met de legioenen aanzienlijk. Na Nerva's overlijden op 25 januari 98 kon Traianus hem dan ook in alle rust opvolgen. De man die hem het overlijdensbericht bracht was Hadrianus en daarmee ontstond een vertrouwensrelatie die tot Traianus' dood stand hield. De nieuwe keizer kreeg een warm onthaal bij het volk en maakte zich nog geliefder door een aantal gevangenen, die sinds Domitianus vast zaten, vrij te laten en een groot aantal bezittingen, die door Domitianus in beslag genomen waren, terug te geven. De senaat gaf hem zelfs de titel optimus, de beste. Traianus is het bekendst als veldheer. In 101 hield hij een strafexpeditie tegen het koninkrijk Dacia, dat onder Domitianus de Romeinen een aantal vernederende nederlagen had toegebracht. Traianus leidde zijn troepen de Donau over en dwong na een jaar koning Decebalus zich te onderwerpen. Traianus nam de hoofdstad Sarmizegetusa in. Zijn terugkeer naar Rome was een zegetocht. Hem werd de titel Dacicus Maximus verleend. Decebalus zon op wraak en trachtte de andere naties ten noorden van de Donau tegen de Romeinen op te zetten. Traianus keerde terug naar het gebied, liet een grote brug bouwen over de Donau en veroverde geheel Dacia (106). Hij lijfde het goudrijke gebied in als provincie. Sarmizegetusa werd verwoest en Decebalus pleegde zelfmoord. Op de puinhopen van de oude hoofdstad werd een nieuwe stad gebouwd: Colonia Ulpia Traiana. De Daciërs werden goeddeels uitgeroeid - een van de weinige gebieden waar de Romeinen dit deden - en het gebied werd met Romeinse kolonisten herbevolkt. Rond dezelfde tijd kwam er ook een einde aan het onafhankelijke koninkrijk van Nabatea. Bij testament was bepaald, dat bij de dood van de laatste koning het gebied bij het Romeinse Rijk zou komen. Zo ontstond Arabia Petrea, een provincie die het huidige Jordanië en een stukje Saudi-Arabië omvatte. De volgende zeven jaren heerste Traianus als burger-keizer en werd er niet minder om gewaardeerd. In deze tijd had hij een briefwisseling met Plinius de Jongere, o.a. over hoe om te gaan met de christenen. Traianus vond dat ze met rust gelaten moesten worden als ze maar niet al te opzichtig van hun geloof blijk gaven. Er werden veel gebouwen neergezet in deze tijd, zowel in zijn geboorteland Hispania als in Italië, o.a. het forum dat nog steeds bestaat in Rome.
centercenter
Sestertius uit 116 ter gelegenheid van veroveringen in het oosten: Traianus onderwerpt de koningen uit Armenië, Mesopotamië en Parthië. Sestertius uit 116 met Traianus die Parthamaspates tot koning van Parthië kroont. Parthië wordt gesymboliseerd door de knielende figuur voor het platform van Traianus.
In 113 trok hij nog een laatste keer ten strijde, dit maal tegen de Parthen. De eeuwige twistappel Armenië was de aanleiding. Al sinds Nero's tijd hadden de Romeinen en de Parthen de invloed over Armenië gedeeld en er werd nu een vorst op de troon van het bergkoninkrijk gezet die Traianus niet zinde. Hij trok het land binnen, zette de koning af en lijfde het gebied in als provincie. Daarna wendde hij zich tegen het Parthische Rijk zelf en veroverde Mesopotamië, eerst Babylon, dan Seleucia en uiteindelijk Ctesifon in 116. Hij trok verder tot de Golfkust en verklaarde Mesopotamië een nieuwe provincie. Hij vond het maar niets dat hij al te oud was om in de voetsporen van Alexander de Grote te treden; maar trok toch Khuzestan binnen en veroverde Susa en zette Osroes af en verving hem door een stroman: (Parthamaspates). Het Romeinse Rijk zou nooit meer zo ver oostelijk zijn macht laten blijken. Tijdens het bewind van Traianus bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang. De muur die de Noordelijke provincies van Brittania moest afschermen is later door Hadrianus verder naar het Noorden herbouwd. In tegenstelling tot de muur van Traianus is van deze muur nog heel veel van blijven staan (Hadrian's Wall). Vanaf dit moment ging het bergafwaarts voor Traianus. Er waren tegenvallers. Het fort van Hatra, achter zijn rug aan de Tigris, weigerde te vallen en de joden kwamen in opstand. Daarna kwam het ook in Mesopotamië tot een opstand en de gezondheid van de keizer ging achteruit. Laat in 116 verbleef hij in Cilicië en werd hij ernstig ziek. Hij leefde nog tot 8 augustus 117. Op zijn sterfbed droeg hij het keizerschap over aan Hadrianus (maar zie ook Plotina), die al snel Mesopotamië maar teruggaf aan de Parthen, omdat het moeilijk te verdedigen was. Andere gebiedsuitbreidingen bleven voorlopig wel behouden. Traianus werd na zijn tijd gezien als een soort model-keizer. Iedere nieuwe keizer werd tot in de Byzantijnse tijd ingehuldigd met de bede felicitor Augusto, melior Traiano (moge hij gelukkiger dan Augustus en beter dan Traianus zijn).

Externe links


- [http://www.ethesis.net/rom_keizers/rom_keizers_inhoud.htm , De relatie van de keizers Claudius, Nero en Trajanus met de Italische steden. Een onderzoek van epigrafisch en historiografisch materiaal, diss. Universiteit Gent, 1998.]
- [http://www.roman-emperors.org/trajan.htm , art. Trajan (A.D. 98-117), in DIR (2003).] categorie:gens Ulpia Ulpius Traianus, Marcus Ulpius Traianus, Marcus Ulpius Traianus, Marcus ja:トラヤヌス ko:트라이아누스

Schotland

Schotland, of Alba in het Schots-Gaelisch, is een land in noordwest-Europa en de noordelijke regio van Groot-Brittannië. Het grenst in het zuiden aan Engeland.

Geschiedenis

Totaan het midden van de 9de eeuw waren de Schotten van het laagland en de Picten van de hooglanden verdeeld in elkaar bestrijdende clans, later koninkrijkjes. De Schotse eenheid is tot stand gekomen door de invallen van de Noormannen. Dezen roeiden in 839 het koningshuis van Pictavie uit. Kenneth Mac Alpin, koning van Dalradie, stamde van moederskant uit dat Pictische vorstenhuis. De Picten waren te zeer verzwakt om zich te verzetten tegen zijn claim op de troon van Pictavie. Zo kwamen het laagland van Dalradie en de hooglanden van Pictavie bijeen onder het huis van Alpin. De Mac Alpins en hun opvolgers de Dunkelds hielden stand tegen de Noormannen, hoewel dezen lange tijd de Shetlands en andere noordelijke streken bezetten. Door dynastieke huwelijken groeiden vreedzame betrekkingen tussen Noorwegen en Schotland. In 1290 stierf het huis Dunkeld uit. Er waren zoveel pretendenten voor de troon, dat aan koning Edward I van Engeland werd gevraagd een koning aan te wijzen. Zijn keuze viel op John Balliol, die daarmee min of meer een Engelse vazal werd. In 1295 sloot Balliol met Frankrijk en Noorwegen de "auld alliance", een bondgenootschap tegen Engeland, dat tot 1560 stand zou houden. De Engelsen bezetten het rijk en Balliol verdween in de Tower. In opstanden die volgden was William Wallace de leider van de Schotten. Hij behaalde wat overwinningen op Engeland, maar werd in 1305 verraden. En werd in Londen ter dood veroordeeld wegens landverraad. In 1306 kwam Robert the Bruce tegen de Engelsen in opstand. Hij vermoordde zijn rivaal John Comin en kreeg de steun van de andere adellijke clans. De onafhankelijkheid werd hersteld in 1314, toen Robert onverwacht het leger van Edward II finaal versloeg in Bannockburn. Schotland is nooit een stabiel koninkrijk geweest en kende veel twisten tussen de verschillende clans die Schotland rijk was. Toch behield het zijn zelfstandigheid ten opzichte van Engeland. Tot in 1603 de Schotse koning Jacobus VI aanspraak kon maken op de Engelse troon door een dynastieke toevalligheid. Jacobus VI van Schotland werd Jacobus I van Engeland, en verhuisde naar Londen. Schotland en Engeland bleven twee aparte koninkrijken in personele unie, maar dit veranderde toen in 1707 een verdrag werd getekend dat Groot-Brittannië oprichtte. Het Engelse en Schotse parlement werden ontbonden, en een Brits parlement opgericht. In 1999, bijna 300 jaar na zijn afschaffing, besloten de Schotten opnieuw een parlement op te richten onder de voorwaarden die waren vastgelegd door de regering van het Verenigd Koninkrijk via de Scotland Act 1998. Dit Schots parlement heeft de bevoegdheid om lokale aangelegenheden te regelen en gelimiteerde mogelijkheid om belastingen te heffen.

Geografisch

Schotland bestaat uit het vasteland en een aantal eilandengroepen waaronder de Shetlandeilanden, de Orkney-eilanden en de Hebriden die verdeeld worden in de Binnen-Hebriden en de Buiten-Hebriden. Het vasteland is verdeeld in drie geografische en geologische gebieden, van noord naar zuid: de over het algemeen bergachtige Schotse Hooglanden, de laaggelegen Central Belt en de heuvelachtige Southern uplands. De meerderheid van de bevolking woont in de Central Belt, waar vier van de vijf grote steden liggen. De vijf grote steden in Schotland zijn Glasgow, Edinburgh (de hoofdstad), Aberdeen, Dundee en Stirling.

Cultureel

Stirling Stirling Vrijwel alle inwoners van Schotland spreken Engels, alhoewel ook veel mensen Laagland-Schots spreken, dat erg verschilt van het Standaardengels. Een aantal mensen, voornamelijk van de westelijke eilanden, spreekt nog steeds Schots-Gaelisch. Historisch gezien is Schotland verdeeld in twee culturele gebieden: het zuidelijker gelegen Laagland waar voornamelijk Engels gesproken werd, en de voornamelijk Gaelisch-sprekende Hooglanden in het noorden. Schotland staat bekend om:
- Doedelzak
- Ben Nevis, hoogste berg van Groot-Brittannië
- Highland Games, traditionele volksspelen
- Robert Burns, dichter
- David Livingstone, zendeling en ontdekkingsreiziger
- Haggis, een streekgerecht
- Kilts en Tartan
- Schotse volksdansen
- Loch Ness, en het monster "Nessie"
- Scotch whisky
- Hogmanay, het Oudejaarsavondfeest
- Tweed, specifiek Harris Tweed
- Kasteel Eilann Donan
- Een aantal mooie lange wandelpaden: West-Highland Way, The Great Glenn Way, ...
- De meest noordelijk gelegen palmbomen ter wereld in het plaatsje Scourie.
- Montgomery Scot(ty) de fictieve boordwerktuigkundige van de tv-serie Star Trek
- De Findhorn commune, een New Age gemeenschap die zich met biologische landbouw en spirituele workshops bezighoud.
- Tijdens de Industriele revolutie waren veel bekende uitvinders, ingenieurs en technici van Schotse afkomst

Politiek

Schotland maakt nog altijd deel uit van het Verenigd Koninkrijk, levert 10,1% van de parlementszetels in Londen, hoewel het slechts 8,7% van de Britse bevolking uitmaakt. Nochtans is er in Schotland een sterke separatistische partij actief, de Scottish National Party, die in acteur Sean Connery een sterke bondgenoot heeft. Zoals reeds vermeld, was het Schots parlement afgeschaft in 1707. Toen Labour de Britse verkiezingen won in 1997, werd er een referendum gehouden in Schotland om dit terug in te voeren, wat de Schotten accepteerden met 75%. Het werd aldus ingevoerd in 1998. Het Schotse Parlement (The Scottish Parliament) telt 129 zetels, welke sinds de parlementsverkiezingen van 2003 als volgt verdeeld zijn:
- 50 Scottish Labour Party (federalistische sociaal-democraten)
- 26 Scottish National Party (separatistische sociaal-democraten)
- 18 Scottish Conservative and Unionist Party (unionistische conservatieven)
- 17 Scottish Liberal Democrats (federalistische liberalen)
- 7 Scottish Green Party (separatistische groenen)
- 6 Scottish Socialist Party (separatistisch extreemlinks)
- 1 Scottish Senior Citizens Unity Party (federalistische ouderenpartij)
- 4 Onafhankelijken De voorzitter van het Parlement is lid van de SNP. De Schotse Regering (The Scottish Executive) telt 11 ministers, welke tevens lid zijn van het Parlement. De huidige regering is een coalitie van Labour en de Liberal Democrats. Eerste minister (First Minister) is Jack McConnell van Labour. Hoewel het Verenigd Koninkrijk formeel een eenheidsstaat is, heeft de Britse regering een aanzienlijk aantal bevoegdheden 'uitbesteed' aan Schotland. Het gaat concreet om gezondheidszorg, onderwijs, lokaal bestuur, sociale zaken, huisvesting, ruimtelijke ordening, toerisme en economische ontwikkeling, verkeer (wegen, bussen en havens), justitie en binnenlandse zaken, politie en brandweer, milieu, natuur, monumenten, landbouw, bosbouw, visserij, sport, cultuur, statistiek en bevolkingsregisters. Door de Britse regering 'gereserveerde' bevoegdheden waar Schotland geen invloed op heeft, zijn grondwettelijke zaken, buitenlands beleid, defensie en nationale veiligheid, belastingen en muntzaken, immigratie en nationalisatie, energiebeleid, gemeenschappelijke markt, handel en industrie, spoorwegen en verkeerswetgeving, werkgelegenheid, sociale zekerheid, kansspelen, databescherming, ethische kwesties en gelijkekansenbeleid. De Schotlandwet uit 1998 bepaalt dat alle bevoegdheden die niet expliciet gereserveerd zijn, bij Schotland liggen.

Economie

Schotland leeft vooral van aardoliewinning in de Noordzee, visvangst en schapenteelt. Andere belangrijke takken zijn de moderne technologie, whisky en toerisme.

Eten en drinken

Er zijn typisch Schotse gerechten. De belangrijkste dranken zijn bier en whisky. Categorie:Schotland Categorie:Historisch land in Europa als:Schottland ja:スコットランド ko:스코틀랜드 ms:Scotland simple:Scotland

Soedan

Soedan (ook wel Sudan) is het grootste land van Afrika. Het grenst aan Egypte en Libië in het noorden, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek in het westen, Congo-Kinshasa, Oeganda en Kenia in het zuiden, Ethiopië en Eritrea in het oosten, en de Rode Zee in het noordoosten.

Geografie

Rode Zee Soedan wordt van zuid naar noord doorsneden door de rivier de Nijl, de Witte Nijl en de Blauwe Nijl. In de hoofdstad Khartoem vloeien de Witte Nijl en de Blauwe Nijl samen in de eigenlijke Nijl, die daarvandaan verder stroomt via Egypte naar de Middellandse Zee. Soedan valt grofweg in twee geografische eenheden te verdelen:
- In het noorden en midden van Soedan bevinden zich, van noord naar zuid, de oostelijke uitlopers van de Sahara (woestijn), de oostelijke uitlopers van de Sahel (woestijnsteppe) en de De Soedan (grassteppe). Deze droge gebieden worden doorsneden door de Witte Nijl, De Blauwe Nijl en de Nijl. Langs deze rivieren bevinden zich de vruchtbaarste gebieden van het land en hier bevindt zich dan ook de grootste bevolkingsconcentratie. Hier bevinden zich ook de Arabieren, die sinds de onafhankelijkheid de macht hebben in Soedan. De islam is hier de overheersende religie en het noorden wordt daarom ook gerekend tot de islamitische wereld.
- In het zuiden van Soedan bevindt zich in hoofdzaak een vochtige savanne, met in het midden het uitgestrekte Soeddmoeras. Onder dit moeras bevinden zich de grootste olievoorraden van Soedan. De bevolking in het zuiden, in tegenstelling tot het noorden, behoort in etniciteit en religie tot zwart Afrika. Er worden hier talen gesproken die verwant zijn aan die van Kenia en Oeganda. Als religie kent men hier een mengeling van traditionele godsdiensten en het christendom. Economisch is het zuiden veel slechter ontwikkeld dan het noorden. Soedan is lid van de Arabische Liga.

Bestuurlijke indeling

Soedan werd in 1972 ingedeeld in 9 verschillende regio's (mudiriyas); 6 Noordelijke en 3 Zuidelijke. Noordelijke:
- Ash Shamallyah (Noord; lag voor een klein deel in Egypte)
- Ash Sharqlyah (Oost)
- Al Awsat (Centraal)
- Darfoer
- Khartoem
- Kordofan Zuidelijke:
- Bahr El Ghazal
- Equatoria
- Upper Nile Deze 9 regio's zijn na een aantal hervormingen in 1994 hervormd tot 26 staten (wilayat): A'ali an Nil, Al Bahr al Ahmar, Al Buhayrat, Al Jazirah, Sudan, Al Khartum, Al Qadarif, Al Wahdah, An Nil al Abyad, An Nil al Azraq, Ash Shamaliyah, Bahr al Jabal, Gharb al Istiwa'iyah, Gharb Bahr al Ghazal, Gharb Darfur, Gharb Kurdufan, Janub Darfur, Janub Kurdufan, Junqali, Kassala, Nahr an Nil, Shamal Bahr al Ghazal, Shamal Darfur, Shamal Kurdufan, Sharq al Istiwa'iyah, Sinnar en Warab.

Geschiedenis

1898-heden

In 1898 wisten de Britten (onder Lord Kitchener) de Soedanese Mahdi-staat te koloniseren en een einde te maken aan het bewind van de (sjiitische) Mohammed Ahmad ibn Abd Allah. Deze had zich tot Mahdi of 'verlosser' verklaard. In 1899 sloten het Verenigd Koninkrijk en Egypte, dat praktisch door de Britten bestuurd werd, een verdrag. Besloten werd dat de twee landen Soedan gezamenlijk zouden besturen. Soedan heette sindsdien Anglo-Egyptisch Soedan (1899-1956). Het is niet verwonderlijk dat het vooral de Britten waren die de scepter zwaaiden in Soedan. Reeds in de jaren dertig van de twintigste eeuw ontstonden er twee varianten van het Soedanese nationalisme. De eerste groep streefde een onafhankelijk Soedan onder de Egyptische kroon na (Egypte was tot 1952 een koninkrijk), terwijl de tweede groep de banden met Egypte wilde verbreken. In 1952 verleenden de Engelsen en de Egyptenaren Soedan een zekere mate van autonomie en stelden de Soedanese onafhankelijkheid in het vooruitzicht. Premier werd Sayyid Abdel Rahman al-Mahdi van de islamitisch-democratische UMMA Partij, een afstammeling van de vorige Mahdi. President Mohammed Naguib van Egypte, die zelf half-Soedanees was, hoopte dat de Soedanezen na de onafhankelijkheid zouden kiezen voor een unie met Egypte. Het liep echter anders. Premier Ismail al-Azhari van de NUP (Nationale Uniepartij; federalistisch), premier sinds 1954, riep op 1 januari 1956 de onafhankelijkheid uit van de Republiek Soedan. Als collectief staatshoofd werd een Soevereiniteitsraad ingesteld. De regering (een coalitie van de UMMA, de NUP en de conservatieve Socialistische Republikeinse Partij) bleek niet degelijk genoeg om het land te besturen. Het christelijke en animistische (natuurgodsdienstige) Zuiden kwam reeds in 1954 in opstand tegen de (overheersend) Arabische (Noordelijke) regering in Khartoem. Deze toestand leidde tot de staatsgreep van 1958 door generaal Ibrahim Abboud. Abboud werd president en trachtte (overigens zonder succes) de zuidelijke opstand te breken. In 1964 gaf de regering het bestuur in handen van de burgerlijke partijen. De linkse Sirr al-Khatim al-Khalifah werd president en sinds 1966 was Sadig al-Mahdi (afstammeling van de negentiende eeuwse Mahdi) premier. Weer bleek het parlementaire stelsel niet bij machte de orde en de rust in Soedan te herstellen. Ontevredenheid over het functioneren van de democratie en over het centralisme van de regerende UMMA Partij van Sadiq al-Mahdi, leidde op 25 mei 1969 tot een staatsgreep onder leiding van kolonel Jafaar Mohammed Numeiri. De activiteiten van de politieke partijen werden verboden en er werd een Revolutionaire Commandoraad opgericht waarvan de meeste leden linkse sympathieën hadden. Ook in het kabinet zaten veel linkse figuren. Numeiri nam het voorzitterschap van de Revolutionaire Commando Raad op zich. Soedan heette voortaan de Democratische Republiek Soedan. De nieuwe regering knoopte goede betrekkingen aan met de Oostblok-landen en de Sovjet-Unie, maar ook met de Arabische Staten. Op 19 juli 1971 pleegde de communistisch gezinde generaal Babiker al-Nur Osman - een lid van de Revolutionaire Commandoraad - een staatsgreep en installeerde een communistisch georiënteerde regeringsraad. Numeiri werd door de coupplegers gevangengezet, maar wist spoedig te ontsnappen en met hulp van loyale legereenheden wist hij de coupplegers uit Khartoem te verdrijven (22 juli 1971). Deze couppoging gaf Numeiri de gelegenheid om de communistische sympathisanten uit de regering te ontslaan en de Soedanese Communistische Partij (SCP) te verbieden. Numeiri liet een nieuwe grondwet opstellen, om de oude te vervangen. Volgens de grondwet was Soedan een democratische republiek met een voor zeven jaar gekozen president (die telkens herkozen kon worden), de islam als staatsgodsdienst en de in 1972 door Numeiri opgerichte Soedanese Socialistische Unie (SSU) als enige toegestane partij. In het politburo van de SSU (waarvan Numeiri de voorzitter was) nam Numeiri de voornaamste religieuze leiders (waaronder Sadiq al-Mahdi) en enkele zuiderlingen op. Numeiri voerde sindsdien een politiek van verzoening met het zuiden, dat een grote mate van autonomie verkreeg en een op islamitische landen gericht buitenlands beleid. Pogingen van Numeiri, Gaddaffi (Libië) en Sadat (Egypte) om tot een Arabische Unie te komen, mislukten evenwel. De buitenlandse politiek van Numeiri was er ook één van toenadering tot het westen en in het speciaal tot de Verenigde Staten van Amerika. Soedan werd in de jaren zeventig en tachtig economisch en militair steeds afhankelijker van de VS. Numeiri was één van de weinige Arabische leiders die de Egyptische politiek van toenadering tot Israël steunde. Numeiri werd daarom ook een goede vriend en bondgenoot van de Egyptische president Sadat. Vanaf het einde van de jaren zeventig kreeg het regime van Numeiri een sterk islamitisch karakter. Leden van de (officieel verboden) UMMA Partij en de NUP kregen meer zeggenschap binnen de Soedanese Socialistische Unie. Hasan al-Turabi, een islamist, werd openbaar aanklager. Bij de verkiezingen van 1978 behaalden de 'onafhankelijken' (in feite de kandidaten van de voormalige politieke partijen) een verkiezingsoverwinning. In 1983 werd de Sjaria, de islamitische wet, ingevoerd. Dit stuitte op weerstand van het christelijke en animistische zuiden, maar ook op dat van het reformistisch-islamitische Republikeinse Broederschap (RBH). President Numeiri liet zich steeds meer adviseren door geestelijk leiders en traditionele sjeiks. De (officieel illegale) Moslimse Broederschap (MBH), waarbinnen zich naast democraten, ook fundamentalisten bevonden, werd de voornaamste bondgenoot van Numeiri's islamitische politiek. In januari 1985 werd de leider van de RBH gearresteerd en berecht wegens zijn kritiek op de Sjaria-interpretatie van het regime. In 1983 nam Numeiri de titel Imam aan. Tegelijkertijd nam hij echter maatregelen tegen zijn voornaamste bondgenoot, de MBH, die naar de mening van Numeiri te veel invloed had gekregen. Deze openlijke aanval op de MBH zorgde voor toenemende onrust en in 1984 werd Soedan geteisterd door stakingen uit onvrede over het dictatoriale regime van president Numeiri. Toen Numeiri in april 1985 terugkeerde van een bezoek aan de VS, pleegden officieren o.l.v. generaal Abdel Rahman Mohammed Siwar al-Dahab een staatsgreep. De SSU werd verboden en Numeiri ging in ballingschap in Egypte. De nieuwe regering richtte de Voorlopige Militaire Raad op met Siwar al-Dahab als voorzitter. Hoewel de coup een zuiver militaire aangelegenheid was, werd zij gesteund door een politiek platform dat bestond uit de Moslimse Broederschap, het Republikeinse Broederschap, de Socialistische Partij, de Democratische Unie Partij de Baath-partij, de UMMA en de NUP, de Soedanese Communistische Partij en het nieuwe Nationaal Islamitisch Front (NIF). In mei 1986 werd Ahmad Ali al-Mirghani van de Democratische Unie Partij (DUP) president. De gematigde Mahdi-leider Sadiq alMahdi werd opnieuw premier. In 1988 werd een akkoord bereikt met de Zuid-Soedanese onafhankelijkheidsbeweging (SPLM). Dit korte democratische experiment kwam echter 30 juni 1989 abrupt tot een einde toen het leger een coup pleegde en een einde maakte an het bewind van Sadiq al-Mahdi, die gevangengezet werd. Er kwam een vijftienkoppige Revolutionaire Commando Raad voor de Nationale Redding (sinds 1993 gewoon Revolutionaire Commando Raad geheten). Voorzitter van de Raad werd generaal Omar Hasan Ahmed al-Bashir, die tevens president van de republiek werd en opperbevelhebber van het leger. De post van premier werd opgeheven, waardoor vrijwel alle macht in handen van de Revolutionaire Commando Raad kwam. Politieke partijen werden niet verboden, maar het werd hun niet toegestaan om mee te doen aan verkiezingen. Onder president al-Bashir nam niet alleen de rol van het leger toe, maar ook die van de islamitische NIF. De NIF - men mag zelf beoordelen of deze organisatie fundamentalistisch is - was actief betrokken bij de coup en voorstander van de invoering van de Sjaria. De Sjaria was reeds onder president Numeiri ingevoerd, maar nooit in zijn geheel. Bovendien was de uitvoering van de Sjaria in Zuid-Soedan door premier al-Mahdi in 1988 opgeschort in het kader van de onderhandelingen met de SPLM. Toch waren de betrekkingen tussen de Revolutionaire Commando Raad en het NIF in begin nog niet zo hecht. Toch zocht president al-Bashir in de loop van 1990 contact met de NIF, wat het begin van haar machtsinvloed op het staatsbestel werd. In 1991 werd de Sjaria opnieuw van kracht, behalve in Zuid-Soedan. NIF_voorzitter Hasan al-Turabi, de voormalige algemeen aanklager onder Numeiri (hij is overigens ook familie van Sadiq al-Mahdi en afstammeling van een andere Mahdi dan de negentiende eeuwse Mahdi), werd één van de sleutelfiguren van het nieuwe regime, ofschoon hij tot 1996 niet eens tot de regering behoorde. In 1992, na de oprichting van een parlement (Nationale Assemblée), werden alle parlementszetels gevuld met leden van de Nationaal Democratische Alliantie (NDA). In werkelijkheid waren/zijn bijna alle leden van de NDA aanhangers en/of leden van het NIF. De burgeroorlog in het zuiden ging gewoon door (sindsdien ook voorgesteld als een jihad). De SPLM en Sadiq al-Mahdi (inmiddels vrijgelaten) probeerden in 1993 gezamenlijk een staatsgreep te plegen, die echter stuk liep. Hierna verhevigde de burgeroorlog zich en bereikte daarna een piek. (Zie voorts, hieronder; Conflict in Darfoer)

Burgeroorlog in Zuid-Soedan van 1954 tot 2005

De tegenstellingen tussen het noorden en het zuiden zijn dus groot te noemen. Dit wordt nog eens verergerd door de al sinds 1954 woedende burgeroorlog (met een pauze van 1972 tot 1983), tussen het autoritair Islamitische bewind in het noorden en verschillende rebellenlegers in het zuiden. Volgens Amnesty International [http://www.amnesty.nl/landeninfo/lan_soed.shtml] zijn tijdens de burgeroorlog continu, op grote schaal, mensenrechten geschonden. De strijd om de nieuwe olievelden in het zuiden heeft dit verergerd. Sinds juli 2002 is er, onder internationale druk, geprobeerd een vredesregeling te treffen. Op 9 januari 2005 hebben de twee belangrijkste strijdende partijen, de SPLA en de regering in Khartoem een vredesovereenkomst getekend.Dit akkoord staat bekend als "the Comprehensive Peace Agreement"(CPA). Het akkoord bestaat uit 6 protokollen: #Machakos Protocol, 20 Juli, 2002; #Agreement on Security Arrangements During the Interim Period, 25 September, 2003; #the Agreement on Wealth Sharing During the Pre-Interim and Interim Period, 7 Januari, 2004, #Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People’s Liberation Movement on Power Sharing, 26 mei, 2004, #Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People’s Liberation Movement on the Resolution of Conflict In Southern Kordofan/Nuba Mountains and Blue Nile States, 26 Mei, 2004; #Protocol Between the Government of Sudan and the Sudan People's Liberation Movement on the Resolution of the Conflict in Abyei Area, 26 Mei 2004; Binnen drie jaar dienen er verkiezingen gehouden te worden en na 6 jaar heeft er een referendum plaats waarbij de bevolking van Zuid Soedan zich mag uitspreken of Zuid Soedan als een onafhankelijk staat, of als deel van Soedan wil voortbestaan.

Burgeroorlog in de regio Darfoer van 2003 tot heden

In de regio Darfoer kwam men na het staakt het vuren in Zuid-Soedan in opstand tegen de centrale regering. Dit heeft tot een burgeroorlog geleid waarbij sprake is van etnische zuiveringen en genocide. Zie Conflict in Darfoer. De huidige president is Omar Hasan Ahmad al-Bashir.

Zie ook


- Monumenten op de Werelderfgoedlijst Categorie:Land Categorie:Soedan ja:スーダン ko:수단 ms:Sudan simple:Sudan th:ประเทศซูดาน zh-min-nan:Sudan

Georgië

Georgië is een land in Azië, al wordt het soms ook tot Europa gerekend. Het grenst aan Rusland, Azerbeidzjan, Armenië, Turkije en de Zwarte Zee. Georgië is bestuurlijk onderverdeeld in 9 regio's, 2 autonome republieken en 1 stad.

Geschiedenis

Georgië werd 'opgenomen' in het Russische rijk in de 19e eeuw. Het was vlak na de Russische revolutie tussen 1918 en 1921 drie jaar onafhankelijk waarna de Sovjet-Unie Georgië weer annexeerde. De huidige republiek Georgië is is ontstaan bij het uiteenvallen van de USSR. Etnische conflicthaarden in Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië zorgen ervoor dat de staat Georgië geen echte controle heeft over het land. In 2003 waren er verkiezingen waarbij de partij van zittend president Edoeard Sjevardnadze twee derde van de stemmen kreeg. De toezichthoudende OVSE constateerde echter onregelmatigheden. Op 22 november werd Sjevardzadze door een volksopstand onder leiding van oppositieleider Michail Saakasjvili verdreven. Op 23 november nam hij ontslag. Dit wordt in Georgië de Rozenrevolutie genoemd. In afwachting van nieuwe verkiezingen werd parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze tot interim-president benoemd. Nino Boerdzjanadze en 1990-2004]] 2004 en 1991-2004]]. Op 4 januari 2004 werd Michail Saakasjvili met bijna 86% van de stemmen tot president gekozen. Op 25 januari werd hij als de nieuwe president ingehuldigd, onder toeziend oog van de Russische en Amerikaanse ministers van buitenlandse zaken, Igor Ivanov en Colin Powell. Het parlement besloot om tevens een nieuwe vlag in gebruik te nemen. Deze vlag stamt uit de tijd van het middeleeuwse verenigde Georgische koninkrijk. Michail Saakasjvilli is getrouwd met de Nederlandse Sandra Roelofs.

Geografie


- lengte landgrenzen: Armenië 164 km, Azerbeidzjan 322 km, Rusland 723 km, Turkije 252 km
- kustlijn: 310 km
- grootste rivier: Koera (Georgisch: Mtkvari).
- laagste punt: Zwarte Zee 0 m.
- hoogste punt: Sjchara 5201 m
- Oppervlakte: 69.700 km²

Bevolking

Sjchara De bijna 5 miljoen Georgiërs spreken in meerderheid Georgisch, een Zuid-Kaukasische taal. In het westen wordt het daarmee verwante (maar niet officieel erkende) Mingrelisch gesproken en in de Kaukasus het eveneens verwante Svanetisch. Een minderheid in het autonome Abchazië spreekt Abchazisch, dat tot een geheel andere taalfamilie behoort (zie: Kaukasische talen). Dat geldt ook voor het bijna uitgestorven Batsisch in de